06-04-10

Als een kind.

Vorige week vrijdag vertrok ik van bij mijn vriendin huiswaarts. Ik had bij het vertrekken eerder een depri-gevoel. De week was nochtans goed en zalig verlopen. Vóór het vertrek had ik echter nog graag een vluggertje gedaan met haar, maar door omstandigheden zijn we er niet toe gekomen. Het is ongelooflijk wat een negatieve invloed dit op mij had. Ik voelde me als een kind, die niet had gekregen wat het wou. Alleen weet ik niet of het een mentaal probleem was, of eerder een hormonaal probleem. Met hormonen bedoel ik niet het feit dat ik geen seks had gehad, maar dan effectief het feit dat mijn hormonen niet meer in lichamelijk evenwicht waren. De aanwezige hormonen regelen blijkbaar ook het gemoed, terwijl de seks (of de ontlading) het terug in evenwicht brengt. Ik bemerk hier eigenlijk een vergelijkbare toestand bij de vrouwen, die maandelijks ook hun ‘hormonenregeling’ hebben, waardoor ik best kan begrijpen dat vrouwen in die periode ook humeurig kunnen zijn.

 

Maar mijn ‘kindsheid’ hield hier niet op. We hadden afgesproken om de dag erna, de zaterdag, elkaar ’s avonds op te bellen. Zoals afgesproken deed ik dat ook, tot drie maal toe, maar zonder antwoord. Geen sms-berichtje van haar waar ze was of dat er iets gebeurd was. Uit eerder koppigheid weiger ik van zelf een berichtje te zenden om te weten waar ze zit, voornamelijk dan omdat ik vond dat zij dat moest gedaan hebben, omdat zij zich immers niet aan de ‘afspraak’ hield. Het was in ieder geval geen aangenaam gevoel. Door een negatieve ervaring uit mijn ver verleden groeide plots het wantrouwen in mij tov haar. Voor mij hoefde het allemaal niet meer en ik zou haar niet meer bellen noch sms-en. Zij moest nu maar op de proppen komen, want ik heb mij voorgenomen om niet als een hondje achter haar aan te lopen temeer omdat ik ook geen hond ben. De zondag, in de ochtend kreeg ik dan van haar een sms-berichtje. Nee, niet met excuses, gewoon om te melden dat ze moest gaan eten met familie en dat ze misschien de telefoon deze avond niet zou kunnen opnemen. Ik antwoordde niet en belde evenmin. Integendeel, het wantrouwen groeide alleen nog meer. Alhoewel ik niet onmiddellijk een ‘derde’ in het spel vermoedde, vond ik het toch maar een vreemde situatie. ’s Avonds, de zondag, belt ze me dan uiteindelijk toch op. Ik neem op en reageer ook niet bitsig. Dan vertelt ze me dat ze de zaterdag vergeten was dat er ’s avonds een live voetbalmatch was van haar favoriete ploeg en dat ze inderhaast op het laatste moment vertrokken was. Ik ben er niet op ingegaan, en voelde me wel meer op mijn gemak omdat ik nu wist wat er gaande was.

 

Vreemd hoe kinderachtig een mens kan reageren op bepaalde situaties. Maar die situaties helpen ons wel groeien naar een zekere volwassenheid, afhankelijk van onze eigen openheid natuurlijk om daar aan te werken. Het enige waar ik echter bang voor ben is om dan te volwassen te worden, en dan eigenlijk ‘alleen’ achter te blijven tussen nog zovele volwassen ‘kinderen’, want ik ben zeker geen alleenstaand geval.