18-06-09

De kabouter.

Er was eens een kabouter,

Gekoppeld met een mooie mensenvrouw.

Zijn geluk kon echt niet op.

 

Tot ze iemand anders leerde kennen:

Zijn klein ‘speelgoed’,

kon haar blijkbaar niet meer verwennen.

 

En ze liet hem staan zoals hij was:

Een kabouter ‘in zak en as’.

Om haar leven verder te bouwen met haar sprookjesprins,

En vele prinsenkindjes te maken.

 

Maar de kabouter gaf niet op,

Uit liefde,

En bleef haar volgen,

Ongezien.

Om haar te helpen,

Indien vandoen.

 

En hij had gelijk,

Want de prins bleek geen prins,

Maar een vermomde driftkikker.

Dagen, weken, jaren gingen voorbij,

Dat haar ‘prins’ al slaande zijn liefde toonde,

……..Alleen aan haar.

Ook de gewenste kinderen,

Gingen aan haar neus voorbij.

 

Het regende dag en nacht,

In het meisje haar hart.

En de enige troost die ze had,

Was de ongeziene steun van de kabouter,

Die ’s nachts deed wat zij niet meer kon.

 

Nooit heeft ze haar prins verlaten,

Te bang,

Dat hij haar nog méér zou haten,

Met mogelijke gevolgen vandien.

 

En op haar sterfbed stierf ze,

Waarbij alleen de kabouter huilde.

 

Maar hij had nog een lang leven te gaan,

En was door haar toedoen met mensen begaan.

Daarom heeft hij zich voorgenomen,

Om ’s nachts te helpen waar mensen wonen,

Want hij heeft in al die tijd geleerd,

Dat ‘elkaar steunen en helpen’,

Één van de mooiste dingen in een mensenleven is.

(Written and performed by myself)