28-06-10

Een schaduw in de wind.

Soms streel je me,

Nog zachter dan zacht,

Maar als ik je hand wil nemen,

Ben je plots verdwenen.

 

Soms zie ik je,

Maar als ik in je ogen wil kijken,

Dan ben je al weg,

En zie ik enkel nog een schim.

 

Je blijft me achtervolgen,

Of het nu klaar is of donker.

 

Onzichtbaar werk je tegen,

Onzichtbaar ben je een steun.

Nooit weet ik of je er bent,

Tenzij ik je zucht hoor,

Of je schaduw zie.

 

En ik denk aan jou,

Al heel mijn leven,

En probeer je te grijpen en begrijpen.

 

Maar je bent ongrijpbaar en onbegrijpbaar,

Als een schaduw in de wind,

…En alleen jij weet waarom.

 

 

Written and perormed by myself Knipogen.

14-06-10

Kriskras.

 z69865927

Kriskras krassen in mijn huid,

Met scherven van glas,

Om me te herinneren hoe pijnlijk het was.

 

Hoe mooi ik ook ben,

Het is iets dat ik ontken.

Enkel wat lelijk is,

Is wat ik zie en denk.

 

Kriskras door mijn huid,

Luisterend naar het krijsend geluid,

…Dat mijn huid maakt als het openspringt,

Om opnieuw te horen,

‘Mijn’ innerlijk zingende « help »-koren.

 

Kreten van pijn,

Moet ik er nog zijn ?

Niemand die me hoort,

Mag ik er nog zijn ?

 

‘Gedachten’ in mijn hoofd,

Fluisteren in mijn oor,

Kris naar links, kras naar rechts,

Wat is goed, wat is slecht ?

Ik voel me verdoofd, niet geloofd.

 

In mijn hand : kriskras,

een stuk glas.

Ik wou dat het allemaal zo doorzichtig was.

 

Dankzij de pijn,

Weet ik dat ik er nog ben,

Alleen weet ik niet,

Of ik er wel aan wen.

 

Want zoals men pijn niet ziet,

Is het net alsof men mij niet ziet,

Wat ik voel vanbinnen,

voelt men niet vanbuiten.

 

Daarom maak ik een wonde,

Alsof ik leef in een zonde,

Om naar buiten te doen komen,

Wat vanbinnen zit….kriskras door elkaar.

 

Written and performed by myself J.

 [Niet dat ik zelf ooit in mijn armen gekrast heb, maar het is een gedicht die mijn gevoelens van vroeger vertegenwoordigen].

17-05-10

Casanova de jager.

Als Casanova jaagt,

Geen vrouw die klaagt.

Hij trekt ze zo aan,

Overal vandaan,

Met zijn fluitje,

Klein en fijn.

 

Vele geruchten,

Die andere mannen niet luchten,

Hij is immers 'snel' en goed,

En dus zeker te duchten.

 

Eén vinger in de lucht,

En alsof in een klucht,

Is hij niet meer te zien,

Tussen al die vrouwen:

Zeker méér dan tien.

 

Om dan eentje uit te pikken:

Hij zegt de knapste,

Maar bedoelt de zwakste.

 

En hij jaagt ze op,

maakt ze geil,

tot haar mond gevuld is...

....met kwijl.

 

Om haar dan mee te nemen,

In allerijl.

Het ijzer moet men immers smeden,

Als het warm en heet is.

 

Eénmaal geschoten,

-'t doet er niet toe of ze heeft genoten-,

Laat hij ze liggen,

Zomaar......in eigen nat en kwijl.

 

En achteraf houdt ze de geruchten aan:

"'t is goed geweest, 't heeft deugd gedaan."

Om niet te moeten toegeven,

Dat ook zij, als een eland,

In de val is gelopen met al haar gewij.

 

Al dan niet beseffend,

Dat ze zo helpt netten spannen,

Om opnieuw een andere prooi te vangen,

Voor Casanova,

de onverbiddelijke jager.

 

Written and performed by myself :-).

27-04-10

Eigenliefde.

Verblind door de liefde voor mezelf,

Zie ik de liefde niet die anderen me geven.

En al de liefde die ik anderen geef,

Is eigenlijk bedoeld voor mezelf.

 

Ook al hou ik van andere mensen,

Dat ze me graag zien is al wat ik kan wensen.

Iemand anders vasthouden is enkel goed doel,

Als het geeft aan mezelf: een goed gevoel.

 

Ik hou mijn armen om me heen,

Om mezelf niet te verliezen,

Om mezelf te knuffelen.

....das al waar ik van hou.

 

Nee, ik wil geen lief,

Ik noem het eerder een dief.

Van al die mooie liefde..alleen voor mij.

 

Soms heb ik die nachtmerrie:

Dat je me wakker maakt en je opent mijn ogen.

Dan lijkt heel mijn leven gelogen.

Want dan kom ik tot besef: dat ik ook hou van jou.

 

Waarom immers alleen houden van jezelf,

Als je ook van anderen kan houden?

En vooral:

Waarom alleen houden van anderen,

Als je ook van jezelf kan houden?

 

Written and performed by myself Schamen.

 

19-04-10

Geld en held

Ik hield ervan, boven alles en onder alles, ze was mijn held.

Nooit vechten, nimmer twisten, tussen ons geen geweld.

Liefde als rozegeur, niet te vatten.

 

Mijn leven, alles zou ik geven, zelfs wat ik niet had: mijn geld.

Dat gevoel, blijkbaar eeuwigdurend, brandend als de zon.

Feller dan men kan omvatten, in eender welk heelal.

 

Maar net als de zon, hoe krachtig ook,

Ook liefde dooft wel eens uit.

En aan alle dingen hoe schijnend mooi;

 

Het leven gaat verder en men moet erdoor.

 

En ze was ervandoor, mijn held, met een ander,

Die bleek al te hebben wat ik had,

En ook wat ik niet had: geld !

 

Written and performed by myself J.