07-06-10

Een ommekeer.

Terug van bij mij vriendin. Hoewel ik enkele weken geleden lag te klagen over het feit dat ze blijkbaar minder aandacht had voor sex, moet ik zeggen dat het deze week een totale ommekeer was. Een extreme ommekeer zelfs. Iedere keer als ze “schat” riep naar mij, begon ik al te slikken en dacht ik “fuck!”, denkende dat ze er weer zin in zou hebben. Meestal was dat dan ook wel zo, want ze zette veelal mijn gedachten in daden om. Het was iets teveel van het goede eigenlijk, maar dan moet ik ook maar niet klagen als ik te weinig sex heb denk ik dan. Niet dat ik het niet graag had, maar in een film zie ik soms liever de sex scène dan hem zelf te doen, kwestie van niet teveel van de rest van de film te missen, wat bij deze dan wel het geval werd door het aandringen van mijn vriendin. Het zal misschien aan het warme weer gelegen hebben, zelfs wist ze immers niet waarom ze plots zoveel zin had. Misschien door mijn eigen lichamelijke reactie. Ik weet immers niet hoe het bij andere mannen zit, maar ik heb nogal eens de neiging van een spontane ‘groeistoornis’ tussen mijn benen te hebben als ik me goed en/of ontspannen voel. Niet zelden is dit dus als ik in de zetel zit voor tv met mijn metgezel aan mijn zijde. Spontaan moet je wel relativeren natuurlijk, want als haar kinderen in de buurt zijn heb ik dat niet. Kwestie van de etiquette een beetje te handhaven. Hoedanook, als zij dit waarneemt als we alleen zijn denkt ze dat ik daarom zin heb in sex, maar dit is echter niet zo. Het is voor mij (of mijn lichaam) een uiting van tevredenheid met de huidige situatie. Ik heb haar dit proberen uit te leggen, maar het mocht niet baten, want bij haar bleef het die sexuele drift oproepen waardoor ze veranderde in een wulpse vrouw waarna ze haar opdrong zoals slechts een leeuwin dit kan. Ze heeft in ieder geval de nagels van een leeuwin…. .

10-05-10

Jezelf zijn.

Toen mijn vriendin hier vorige week bij mij was had ze plots mijn pc nodig, om zo te kunnen nazien via internet of haar denkwijze over een recept wel juist was. Toen ze me vroeg om de pc aan te schakelen had ik een kleine bibber in de benen. Niet dat ik bang was dat haar gerecht niet zou lukken, maar omdat ik wist dat er op mijn bureaublad een ‘pikante’ foto stond van een vrouw in sensueel ondergoed.

Enfin, ik had die speciaal niet verwijderd omdat ik vind dat je in een relatie zoveel mogelijk jezelf moet kunnen zijn, anders wreekt zich dat toch op de lange termijn. Het was dus een onoverkomelijk iets dat die foto gezien zou worden toen we samen de pc aanschakelden. Ergens liet ik ook wat opzettelijk de foto staan, om te zien hoe ze zou reageren.

Haar reaktie was best aanvaardbaar, misschien ook omdat de foto eveneens aanvaardbaar was. Maar ze vroeg zich wel af wat ze daarvan moest denken. Verder is ze er niet op ingegaan, alhoewel ze later in de week zich enkele malen luidop de retorische vraag stelde of dat ik ze niet bedroog. Ik stelde haar gerust door haar te zeggen dat ze gerust alles mag onderzoeken. En had ze dat gedaan had ik daar geen probleem mee gehad, maar ik zou het wel niet leuk gevonden hebben. Vooral dan omdat de link van haar achterdocht volgens mij bij die ene éénvoudige foto ligt. Ze doet dus doorschijnen dat ze het infeite niet graag heeft en daardoor automatisch op haar hoede is. Wat mij nog meer verontrust is dat ze het volgens mij linkt aan bedrog. Ik stel mezelf dan de vraag hoe ze zou reageren moest ze die honderd andere foto’s zien dat ik in een bestand opgeslagen heb. Ik doe er niets verkeerd mee, het zijn veelal mooie fotografisch, doch sensuele foto’s. Ik zou natuurlijk alles kunnen wissen, maar dan heb ik het gevoel dat ik mezelf zou moeten aanpassen omwille van iets waar zij niet mee kan leven en waar ik tenslotte niets verkeerd mee doe. Als het probleem bij haar ligt moet zij zich toch aanpassen vind ik.

Door dit éénvoudig gedoe stel ik mezelf bovendien ook een retorische vraag: “Als ik dat al niet zou mogen, als ik maw mezelf niet mag zijn, hoe kan men dan een duurzame relatie opbouwen in volle vertrouwen? ”.

08-05-10

Tè lustig?

Mijn vriendin heeft voor de gelegenheid eens een ganse week bij mij thuis vertoefd. Best leuk en aangenaam voor mij, vermits het meestal ik ben die naar haar toe ga. Alhoewel de relatie rustig zijn gangetje verder gaat onder ons, we nog steeds gezellige uitstapjes, terrasjes en etentjes doen en leuk samen keuvelen, is het mij toch opgevallen dat de sexuele frequentie gedaald is. In het begin van de relatie vrijden we ’s morgens, s’ middags en ’s avonds (algemeen gesproken dan) als we elkaar terug zagen, terwijl het nu, anderhalf jaar later, eerder  om de twee à drie dagen is. De kwaliteit is er wel niet minder om, daar niet van. Alleen heb ik op dit moment wel de lentekriebels en zoals de lente voor bloei staat, staat ook mijn arendskelk in bloei en mocht het er van mij best alle dagen van komen om mijn mooie arend in haar warm nestje te doen landen.

Langs de andere kant heb ik de indruk dat zij van haar kant af en toe de boot een beetje afhoudt, vermoedelijk om er zeker van te zijn dat ik niet enkel voor de sex bij haar ben. Ik dring mij in ieder geval niet op alhoewel ik het soms wel zou willen. Met om de twee à drie dagen sex kan ik zelfs best leven, als de kwaliteit daarmee beter is. Maar vanbinnen vrees ik toch wel een klein beetje dat de sexuele frequentie nog zou dalen met tijd. Ik hou nu éénmaal van sex en intimiteit, en als ik daarvan teveel zou moeten afstaan zou ik het gevoel hebben dat ik een deel van mezelf verwaarloos of zelfs verlies. Maar we zijn nog zover niet, en hopelijk komt dit ook niet zover… .

23-04-10

Gevoelens.

“Ik mis je wel zo een beetje”, zeg ik tegen haar aan de telefoon.

“Ach ja? en wat voel je dan?”, vraagt ze me.

“Het kriebelt”, antwoord ik, “hierzo !”.

“Waar is dat dan?”

“Hier bij mijn hart!” . “Je dacht dat ik ging zeggen dat het kriebelt op een andere plaats hé?”.

Ze lacht: “Inderdaad!” bevestigt ze.

“Nee, het kriebelt bij mijn hart, maar als ik bij jou ben, daalt het af naar die andere plaats. Dan ben ik als een hondje die kwispelt met zijn staart omdat hij zo blij is van jou te zien.”

Ze krijgt tranen in haar ogen vertelt ze me, en het komt niet van haar allergie voor de lentebloesems.

 

 

Mijn vriendin, mijn ‘meisje’: ik zie ze wel graag, maar ik krijg het nooit over mijn lippen om dat letterlijk tegen haar zo te zeggen. Als je ooit eens belazerd geweest bent door iemand (een vorige vriendin) die je zelf graag zag en dat aan haar ook overtuigend zei en toonde, dan is het moeilijk om niet te zeggen onmogelijk om dit in de toekomst te hernemen. Vooral dan als die vriendin dit ook beweerde naar mij toe. Je bent nà dat leed dan altijd wel ergens op je hoede voor je eigen gevoelens en wat een ander ermee kan doen. Uiteraard, de ene mens is de andere niet, en men kan niet iedereen over dezelfde kam scheren. Maar een beetje zelfprotectie kan zeker geen kwaad, vooral als je zelf al gevoelig en dus emotioneel kwetsbaarder bent.

06-04-10

Als een kind.

Vorige week vrijdag vertrok ik van bij mijn vriendin huiswaarts. Ik had bij het vertrekken eerder een depri-gevoel. De week was nochtans goed en zalig verlopen. Vóór het vertrek had ik echter nog graag een vluggertje gedaan met haar, maar door omstandigheden zijn we er niet toe gekomen. Het is ongelooflijk wat een negatieve invloed dit op mij had. Ik voelde me als een kind, die niet had gekregen wat het wou. Alleen weet ik niet of het een mentaal probleem was, of eerder een hormonaal probleem. Met hormonen bedoel ik niet het feit dat ik geen seks had gehad, maar dan effectief het feit dat mijn hormonen niet meer in lichamelijk evenwicht waren. De aanwezige hormonen regelen blijkbaar ook het gemoed, terwijl de seks (of de ontlading) het terug in evenwicht brengt. Ik bemerk hier eigenlijk een vergelijkbare toestand bij de vrouwen, die maandelijks ook hun ‘hormonenregeling’ hebben, waardoor ik best kan begrijpen dat vrouwen in die periode ook humeurig kunnen zijn.

 

Maar mijn ‘kindsheid’ hield hier niet op. We hadden afgesproken om de dag erna, de zaterdag, elkaar ’s avonds op te bellen. Zoals afgesproken deed ik dat ook, tot drie maal toe, maar zonder antwoord. Geen sms-berichtje van haar waar ze was of dat er iets gebeurd was. Uit eerder koppigheid weiger ik van zelf een berichtje te zenden om te weten waar ze zit, voornamelijk dan omdat ik vond dat zij dat moest gedaan hebben, omdat zij zich immers niet aan de ‘afspraak’ hield. Het was in ieder geval geen aangenaam gevoel. Door een negatieve ervaring uit mijn ver verleden groeide plots het wantrouwen in mij tov haar. Voor mij hoefde het allemaal niet meer en ik zou haar niet meer bellen noch sms-en. Zij moest nu maar op de proppen komen, want ik heb mij voorgenomen om niet als een hondje achter haar aan te lopen temeer omdat ik ook geen hond ben. De zondag, in de ochtend kreeg ik dan van haar een sms-berichtje. Nee, niet met excuses, gewoon om te melden dat ze moest gaan eten met familie en dat ze misschien de telefoon deze avond niet zou kunnen opnemen. Ik antwoordde niet en belde evenmin. Integendeel, het wantrouwen groeide alleen nog meer. Alhoewel ik niet onmiddellijk een ‘derde’ in het spel vermoedde, vond ik het toch maar een vreemde situatie. ’s Avonds, de zondag, belt ze me dan uiteindelijk toch op. Ik neem op en reageer ook niet bitsig. Dan vertelt ze me dat ze de zaterdag vergeten was dat er ’s avonds een live voetbalmatch was van haar favoriete ploeg en dat ze inderhaast op het laatste moment vertrokken was. Ik ben er niet op ingegaan, en voelde me wel meer op mijn gemak omdat ik nu wist wat er gaande was.

 

Vreemd hoe kinderachtig een mens kan reageren op bepaalde situaties. Maar die situaties helpen ons wel groeien naar een zekere volwassenheid, afhankelijk van onze eigen openheid natuurlijk om daar aan te werken. Het enige waar ik echter bang voor ben is om dan te volwassen te worden, en dan eigenlijk ‘alleen’ achter te blijven tussen nog zovele volwassen ‘kinderen’, want ik ben zeker geen alleenstaand geval.