13-11-11

Onrust.

Za 20 en zo 21/08 2011

 

’s avonds: ik bel naar mijn vriendin. Ze neemt op met een slaperige en vervormde stem. Ik weet onmiddellijk al dat ze weer gedronken heeft. Ze zegt het ook zelf: “Ik ben weer stom geweest, ik heb weer gedronken.”  Het feit dat ze dit kan zeggen en toegeven vind  ik al een grote vooruitgang. Om van een verslaving af te geraken is het immers belangrijk dat men eerst de verslaving erkent. “Die drang!”, zegt ze, “het is sterker dan mezelf, en het is net alsof ik er niets tegen kan doen. Ik begrijp het niet!”. “Er zit iets slechts in mijn hoofd!” zegt ze tranerig en wanhopig. Ze moet ervan huilen en is bang om mij te verliezen omdat ze (weeral) dronken is. Ik verwijt haar niets en zeg dat ik er alle begrip voor heb, en dat ik haar graag zie. We ronden het gesprek af zodat ze haar roes kan uitslapen, want dat is eigenlijk het enige dat ze doet als ze dronken is….slapen, slapen, slapen!

 

De dag erna bel ik haar ’s avonds terug. Ze neemt niet op! Het geeft mij een verlaten gevoel, maar ben ook niet boos. Ik kan er mij maar bij neerleggen en hopen dat er niets met haar gebeurd is, zoals vallen van de trap of dergelijke.

Voor het slapen masturbeer ik mij…..denkende aan iemand anders (een toevallige mooie vrouw die ik gezien heb): uit frustratie misschien? Kan best zijn! Ik heb er ook geen schuldgevoelens over, en het veranderd in ieder geval niet mijn gevoelens tov mijn vriendin. Ik kan mooi het onderscheid maken tussen emotionele gevoelens/gedachten en sexuele gevoelens/gedachten. Iets wat veel vrouwen waarschijnlijk minder kunnen begrijpen indien hun partner dit doet of zou doen omwille van het gevoel dat ze willen hebben van de ‘enige’ te zijn.

12-11-11

Huilbuien.

Donderdag 18/08 2011

 

Ook de eropvolgende dag was ze nog steeds in een slaaproes. Ik ben ’s namiddags dan wijselijk maar huiswaarts gegaan. Niet met een gebroken hart, want ik neem haar niets kwalijk, omdat ik weet en voel dat  ik van haar hou. Ik weet alleen niet of ik het een hele leven zal uithouden om op die manier verder te leven voor mezelf, ik heb immers ook een bepaalde visie over hoe ik zelf wil leven. Het is een vraag die enkel de toekomst kan beantwoorden… .

 

 

vrijdag 19/08 2011

 

Oef! Ik heb weer eens een huilbui gehad! Het was weer eens nodig, want achteraf voel ik me dan ontladen van negativiteit. Opvallend was dat de huilbui pas naar boven kwam nadat ik telefonisch tegen mijn vriendin verteld had dat ik ze graag zag. Ik mis haar gevoelsmatig en ben met mijn hart bij haar aanwezig.

 

 

’s Avonds: ik bel nog eens naar mijn vriendin om te weten of alles goed is met haar. Ze neemt op met een vermoeide stem en zegt dat ze moe is. Ik weet niet of ze onder invloed is van drank, in ieder geval klinkt ze niet zo. Het gesprek kwam er niet omdat ik haar maar liever laat (uit)rusten. Nà het neerleggen overvalt er mij een bang gevoel en ik moet nogmaals huilen. Ik weet het, het klinkt totaal niet mannelijk… . Maar als ik bedenk hoeveel mannen er al vandoor zouden zijn gegaan in dezelfde situatie, enkel denkende aan zichzelf, omdat dit niet het mooie leventje is dat ze willen, besef ik dat ik emotioneel waarschijnlijk meer mans ben dan die mannen die nog het lef niet hebben om hun gevoelens te uiten. Waar is dan de liefde voor die persoon waar ze zogezegd van houden? Of ze moeten hun partner nooit echt graag gezien hebben…

 

In ieder geval ben ik er niet gerust in: het is al de tweede keer op heel korte tijd dat ze zo extreem moe is, waardoor ik me vragen begin te stellen of er niets méér aan de hand is met haar naast haar alcoholprobleem. Grote probleem echter is dat ze ieder (ziekenhuis)onderzoek afwijst. Soms heb ik het gevoel dat ze zichzelf gewoon dood wenst. Haar vermoeidheid doet mij denken aan mezelf, een 18 jaar terug, waarbij mijn toenmalige vriendin me erop wees dat ik erg veel moe was. “Je hebt gelijk!”, zei ik dan, “ik denk dat ik levensmoe ben.”, en ergens was dat op dat ogenblik ook zo.

21-10-11

The days after.

Na de ‘autodiefstal’ en het terugvinden ervan kunnen we de auto gaan halen. De politie was zo vriendelijk van die in veiligheid te brengen door te laten wegslepen, alleen mochten ze de auto wel wat dichter in bewaring genomen hebben. We moesten 20 km verder rijden…niet min indien het slachtoffer helemaal geen vervoer zou hebben. Jawel, alhoewel de politie vriendelijk en behulpzaam was, vind ik toch dat er nog veel werk is aan de politiehervorming zelf qua onderlinge communicatie en werking. Maar gelukkig was er nog mijn autootje en kon ik mijn vriendin brengen. Daar aangekomen was ze uiteraard euforisch. Ikzelf heb de hele rit bijna niets gezegd. Ook ginds aangekomen bewaar ik mijn woordenstroom slechts tot het hoogstnodige. Het is haar opgevallen dat ik zwijgzaam en nors ben, waarna ze me vraagt wat er scheelt. In mijn ogen uiteraard een heel domme vraag. Heeft ze dan geen besef van wat ze deze week gedaan heeft?, vraag ik me stilzwijgend af. “Wat heb ik weer van mijn week gehad?!” antwoord ik haar kwaad. “Ja, je hebt gelijk!”, zegt ze. “Je zegt dat altijd”, antwoord ik haar, “maar je doet er niets aan!”. Ze probeert mij te knuffelen om het goed te maken, maar aan geknuffel tijdens een discussie heb ik een hekel, omdat het mij te manipulatief overkomt, en ik duw haar weg. Ze zwijgt en gaat haar auto halen. Ik geef haar mijn gps zodat ze de weg kan terugvinden, en zeg haar dat ik rechtstreeks naar huis rij, dat ze de weg zo wel zal vinden naar mijn huis. Met gespannen, onzekere en trillende stem zegt ze dat het wel zal lukken. Ik toon het niet, maar vanbinnen heb ik medelijden met haar op dat moment, het was immers niet mijn bedoeling van haar te kwetsen, maar op dat moment kan ik niet toegeven aan mijn medelijden voor haar.

 

Een half uur later zijn we thuis aangekomen. Maar nu moesten we nog haar ruitje laten herstellen. Ik plaats mij achteraan vermits de passagierszit vol glas lag en dirigeer haar naar de juiste bestemming. Iedere wegaanwijzing die ik geef doe ik echter met norse en eerder luide stem. Onderweg valt mij echter op hoe gespannen ze aan het stuur zit…..ik besef dat ik het te ver aan het drijven ben. Ik verzacht mijn stem en ‘doe normaal’, ik wil nu ook niet dat ze psychologisch breekt, alleen wil ik haar duidelijk maken dat het zo niet verder kan….dat je tegenslag niet moet zoeken door zelf dom gedrag uit te voeren. Dat van die auto kon ze niets aan doen, maar al wat voorafging wel. Niettemin voel ik wel dat heel de situatie ook bij mij vanbinnen emotionele spanningen oproept: kwaad zijn en medelijden gaan niet echt samen en dus vechten die twee gevoelens vanbinnen in mij een onderlinge strijd uit waardoor ik gevoelsmatig zelf in de war kom. Ik voel verdriet opborrelen door de intense emoties, net zoals elke vulkaan zijn as eens loslaat als de druk te hoog wordt. Gevolg: als we ’s middags aan tafel zitten ‘ontplof’ ik en vloeien de tranen uit mijn ogen. Ik heb een hevige huilbui, waarbij zij mij probeert te troosten door haar handen op mijn armen te leggen. Nutteloos, want ik werp haar handen van mij af. Ik had immers ontdekt vanwaar ze de alcohol nog haalde….ik had nog een (vergeten) oude fles whisky staan en die bleek helemaal leeg te zijn. “Het is allemaal niet zo bedoeld!”, zegt ze met hese stem. Woorden die indruk op mij maken, want zo had ik het nog niet bekeken. “Ik ga mijn valies pakken, en dan ben ik weg.” ,zegt ze, “Het zal beter zijn!” . En zo doet ze ook, tot ze terug naar mij komt en vraagt of ze nog deze avond mag blijven. “Blijf maar”, zeg ik met huilende stem. Een uur later vertrek ik naar de fitness, terwijl zij met de hond gaat wandelen. Tijdens de fitness wordt ik echter overvallen door een gemis aan haar, en ben bang dat ze iets ‘doms’ zal doen waardoor ik zo snel mogelijk terug huiswaarts keer. Ze ligt te zonnen op de luchtmatras en blij dat alles met haar in orde is bedrijven we de liefde.

 

De ochtend erna maakt ze zich klaar om te vertrekken. We moeten beiden nog een beetje bekomen van al het emotionele van de voorbije dagen. Op een bepaald ogenblik zitten we samen buiten op mijn terrrasje. “Zou je iets willen doen voor mij?”, vraagt ze met aarzelende stem en een krop in de keel. “ Indien ik zelfmoord pleeg, wil jij dan voor mijn hond zorgen?”. Ik wordt onmiddellijk overvallen door een huilbui en omhels haar. Ik antwoord niet. Dat kan ik ook niet. Tuurlijk zou ik zorgen voor haar hond, maar ik wil haar geen extra reden geven om haar zinnen door te zetten. “En uw kinderen dan?!”, vraag ik haar. “Die zullen wel hun plan trekken!”, zegt ze. We hebben daar samen nog een uur gezeten, genietend van elkaar en vertellend over ons ‘lijdend’ verleden tijdens onze jeugdjaren. “Je hebt gelijk” zegt ze uiteindelijk, “ik moet zorgen voor de kinderen! Ik zal niets beloven, maar ik ga mijn best doen om te blijven leven!”. Ik ben blij met haar antwoord en laat haar huiswaarts vertrekken. Ze is nog niet helemaal weg, en ik voel al dat ik haar mis… .

16-10-11

Diefstal.

De dag van haar verjaardag….begint al goed. Als ik ‘s morgensvroeg terugkeer van de krantenwinkel zie ik plots dat de auto van mijn vriendin verdwenen is. Natuurlijk niet het leukste nieuws om te melden aan mijn vriendin, maar er is geen ontkomen aan dus moet ik het haar wel vertellen. Ze ligt nog in bed, en ik meld haar dat ik slecht nieuws heb….dat haar autootje verdwenen is. Onmiddellijk grote paniek uiteraard, zich afvragende wat ze nu moet en duidelijk nog steeds in een roes. Ik stel haar gerust en zeg haar dat er voor alles een oplossing is. “Laten we het in de eerste plaats aangeven aan de politie” zeg ik haar. Maar ze wil niet. Ik probeer haar duidelijk te maken dat het belangrijk is van zo snel mogelijk te handelen, omdat ze dan nog misschien iets kunnen ondernemen in geval van diefstal. Ze blijft weigeren. Ik ben dan maar op eigen initiatief naar het politiekantoor geweest, met haar paspoort in de hand. Mijn aktie mocht echter niet baten: men aanvaard immers geen aangiftes meer van partners. Reden: er zijn blijkbaar veel mensen die hun scheidende partner proberen te pesten door een valse aangifte van autodiefstal (van de scheidende partner) te geven. Bij aangifte van autodiefstal worden immers automatisch de nummerplaten geschrapt… . Ik terug naar huis om haar te overtuigen dat ze mee moet, maar ze blijkt nog in bed te liggen. “Ik wil niet ouder worden!” zegt ze tegen me, alsof dit nu haar ergste zorg zou zijn. Hoedanook heb ik haar toch kunnen overtuigen van mee te gaan, vermoedelijk omdat de alcohol in haar bloed aan kracht begon te verliezen. Er is echter nog steeds een klein beetje merkbaar aan haar gedrag dat ze nog niet volledig bij haar positieven is, wat mij een beetje zorgen baart. In haar dronkenschap heeft ze immers verschillende malen gevallen: zo heb ik haar in de vorige dagen eens naast de WC gevonden, naast het bad en het slechtste was toen ik haar naar beneden begeleidde van de trap en ze een trede mistte, gevolg: ze viel een viertal treden naar beneden, pardoes met haar achterhoofd tegen de stenen vloer. Nog een geluk dat ze soms een keikop is, en blijkbaar ook heeft, want ik vreesde eventjes voor erger. Ze zat in ieder geval vol blauwe plekken van het vallen (echter onzichtbaar onder haar kledij), en dit gekoppeld aan haar dronken zijn, had de politie evenwel kunnen doen denken dat ik haar slaag verkocht en/of mishandelde. Straks zou ik nog in de cel belanden voor haar onvolwassen gedrag, dacht ik bij mezelf. De aandacht van de politie ging echter integraal naar de aangifte; de aangifte was dus uiteindelijk gelukt en ’s avonds om negen uur kregen we al een verlossend telefoontje: de politie zelf had de auto weggesleept, omdat men in haar auto ingebroken had om haar gps te stelen. De dief had vermoedelijk haar voetstukje van de gps op haar dashboard zien staan en zo terecht verondersteld dat er een gps in het handschoenenkastje zou kunnen liggen. Ze was trouwens niet de enige, hij had nog 14 andere slachtoffers gemaakt. Omdat de politie haar, bij haar thuis niet kon bereiken, vermits ze bij mij verbleef, hebben ze het zekere voor het onzekere genomen en de auto laten wegslepen. Er was echter wel een communicatiefout gebeurd in het politiekantoor waardoor men op het politiekantoor zelf, tijdens de aangifte, van niets wist ivm het wegslepen.

Mijn vriendin was op dat uur eerder weer in gewone doen en kon met een gerust gemoed terug gaan slapen. De dag erop zullen we de auto gaan halen.

(wordt vervolgd)

14-10-11

Een rampweek.

Een nieuwe week tijdens het schoolverlof.

Deze week zouden we de verjaardag van mijn vriendin vieren. Mijn vriendin heeft zichzelf uitgenodigd bij mij thuis en start met spaghetti te maken. Bij spaghetti hoort wijn, maar in plaats van die tijdens de spaghetti te consumeren, consumeert ze hem reeds tijdens het koken. Slecht idee! Voor ze het zelf beseft is ze terug dronken. Van de spaghetti zelf heeft ze niet veel meer gesmaakt.

 

De dag erop gaan we naar de delhaize. Vermits alcohol bij haar zeer lang nawerkt, zit het nog in haar bloed en gedraagt ze zich nog steeds dronken. Het irriteerde mij zodanig dat ik zelfs nooit gezien had dat haar haar nog half rechtstond toen we in de delhaize aankwamen. Ze lijkt nog steeds onder invloed. Alleen vraag ik me af vanwaar het komt, vermits al de wijn en bier op is sinds gisteren. Op een bepaald ogenblik zit ik aan de PC, als ze tot bij mij komt en vraagt of ze geen soep moet gaan halen naar de aldi. Uit ervaring met mijn moeder weet ik dat dit enkel een uitvlucht is om drank te kunnen kopen in de aldi, dus zeg ik dat ik geen zin in soep heb. Vijf minuten later komt ze plots af met de hond aan de leiband en zegt dat ze eventjes gaat wandelen met de hond. Daar kon ik niet veel tegen inbrengen en ik laat haar doen, me bewust zijnde dat ze op zoek is naar drank.

Ze keert echter terug met lege handen. ’s Avonds ga ik trainen en moet haar dus alleen laten, het waait nogal waardoor mijn voordeur gemakkelijk vanzelf dichtwaait. Ik hou dit in het achterhoofd en ik vertrek met de auto….en rijdt gewoon een blokje om om terug bij mijn voordeur te arriveren. Mijn vriendin staat voor een gesloten voordeur: mijn vermoeden was bevestigd, ze wachtte tot ik weg was om vlug de drank die ze in de auto verborgen had, na haar wandeling met de hond, in huis te halen, er niet aan denkende dat ze geen sleutel bijhad en dat de deur gemakkelijk dichtwaait. Ik wist dat ze zo ging tewerkgaan, opnieuw omdat ik dit scenario ken via mijn moeder die ook alcoholliefhebber was. Mijn vriendin staat echter met lege handen voor de deur. Ik ga zien in haar auto en vind een fles vodka onder de zetel die ze vlug terug verstopt had toen ze me zag aankomen. Ze kijkt naar beneden met een beschaamde blik. Hoe penibel de situatie ook lijkt, het geeft me toch de indruk dat ze zich op dat moment schaamt omdat ze drinkt. Dit geeft mij hoop dat er een mogelijkheid aanwezig is om aan de verslaving te werken en dat ze het zelf ook wil maar (alleen) niet aankan. Nadat ik haar duidelijk maak dat ze geen relatie met mij heeft, maar met de alcohol wil ik de vodka uitgieten, maar ze zegt dat ze het zelf zal doen en dat doet ze ook. Ik vertrek naar de training terwijl zij in de zetel ligt te slapen, fier dat ze de vodka uitgegoten heeft!

 

(wordt vervolgd)