24-09-10

De diamanten ring.

Een vrouw zo mooi,

Als een diamanten ring,

Die enkel waarde hecht,

Aan wat mooi en waardevol is,

Zoals een diamanten ring.

 

Werken dag en nacht,

Doe ik voor haar,

Om te tonen,

Hoeveel ik van haar hou.

Om haar te winnen voor mij,

Want enkel zo wil het zij.

 

Dag en nacht,

Worden mijn handen zwart,

Van te ploeteren in het slijk,

Om geld te brengen aan haar dijk,

Zo moeilijk te doorbreken.

 

Mijn vuile handen dwingen geen respect af,

Want het is een diamanten ring dat ze wil,

Omheen haar vinger.

Pas dan zal ze blij zijn,

En mag ik ook blij zijn,

Als ik haar enkel vingeren mag.

 

Maar wat baat een uil met bril,

Als de kaars niet branden wil.

Het ploeteren maakt mij niet gelukkig,

En geen diamanten ring haar ongelukkig.

 

Dus nog eventjes op de tanden bijten,

Al voel ik mezelf bijna uiteen rijten.

 

Uiteindelijk heb ik hem,

Die diamanten ring,

En schuif hem over haar ringvinger,

Om die vervolgens samen,

In het donkerste plekje,

Van haar lichaam te steken.

 

Want ik ben ervandoor,

Met een nieuwe liefde,

Die geen belang noch waarde hecht aan geld,

En voor mij aldus is,

Als een diamanten ring.

 

Written and performed by me Tong uitsteken.

De commentaren zijn gesloten.