22-05-10

“Onze” tuin.

Donderdag laatst keek ik naar huizenjacht met mijn vriendin. Daarin was een koppel aan het zoeken naar een geschikte woning. In één van die woningen lag er een redelijke tuin met opzij van die betonnen muren ter privé-afscheiding van de buren.

Zowel de man als de vrouw waren enthousiast over de tuin en ze waren al aan het dromen over hoe ze het zouden inrichten. “Dit kan hier ónze tuin worden”, dachten ze luidop. De vrouw had in gedachten al klimop over die betonnen muren laten groeien zodat het geheel erg groen zou ogen. De man had een eerder artistieke visie in het hoofd. Hij dacht aan een soort muurschildering op die betonnen muur. Toch voor een deel. Zijn partner moest er onmiddellijk mee lachen. “Ga jij nu graffiti op die muren aanbrengen?!”. “No way!”, vervolgde ze. De man probeerde de woorden die hij gezegd had terug in te slikken, wat uiteraard onmogelijk was.

 

Het is een typische, eerder vrouwelijke, manier van weglachen van de argumenten van een ander. Ik noem het eigenlijk eerder uitlachen, zo kwam het toch voor mij over. En zo gebeurt het wel veel vaker in een relatie, dat de man zijn ‘kinderachtige’ ideeën weggelachen worden zonder er eigenlijk bij stil te staan of dit al dan niet kwetst voor hem. Het is voor de man, zelfs voor de mens in het algemeen, immers gevoelsmatig niet zo belangrijk of het idee al dan niet uitgevoerd wordt. Wel eerder of er een positieve vorm van aandacht aan gegeven wordt. Met (uit)lachen doe je dat meestal niet! Hoe kinderachtig het voorstel van de ander ook mag zijn, of het nu van de man of de vrouw komt, in een relatie ben je met twee en dienen beiden tevreden te zijn over de manier van wonen. Als alles geschikt wordt naar de wensen van de één zal de ander er zich nooit echt thuis voelen. En zich ergens niet goed voelen leidt wel eens tot wangedrag, waardoor het risico bestaat dat men elders gaat zoeken of men niet méér zichzelf kan zijn en mogelijks kan leven op de manier zoals men het zelf ook wilt.

 

Zoals die vrouw in het programma het bekeek was er totaal geen sprake van “onze” tuin blijkbaar. Toch niet qua inrichting, vermoedelijk wel voor het onderhoud, wat de man dan wel zou mogen doen. Ik zie het de man al denken: “Ik moet nu al die klimop bijknippen en onderhouden, terwijl het niet eens iets is wat ik wil.”. En dat ieder jaar opnieuw. Het klinkt misschien onnozel, maar het weegt gevoelsmatig soms zwaarder door dan je denkt. Dit betreft nu enkel de tuin, maar als je al die kleine irritaties betreffende het wonen opeen legt kan er wel eens een serieuze mesthoop ontstaan in het gevoelsleven van de ander. Het zal wel geen ongedierte aantrekken van buiten, maar vanbinnen in de ziel kan er stilaan wel een deel ongedierte gekweekt worden op die manier.

De commentaren zijn gesloten.